Elektrocardiogram (ECG): meting van de elektrische stroom geproduceerd door het hart. Verandering in deze stromen geeft informatie over het ritme en de werking van het hart.
Endoscopie: onderzoek van de lichaamsholten door middel van inbrengen een flexibel kijkbuisje, meestal onder plaatselijke verdoving.
Functionele cardiopulmonale evaluatie: het beoordelen van de hart- en longcapaciteit door middel van specifieke testen, bijv. als voorbereiding van een operatie.
Klinisch-wetenschappelijk onderzoek: onderzoek van nieuwe diagnose technieken of systemen van behandeling, die mogelijk de vooruitzichten van patiënten met longtumoren kunnen verbeteren.
Leukopenie: daling van de witte bloedcellen, waardoor een verhoogde vatbaarheid voor infecties, zoals bijv. longontsteking of bronchitis, ontstaat.
LLCG: Leuven Lung Cancer Group
Lobectomie: operatie waarbij één longkwab wordt weggenomen. Rechts bestaat de long uit drie kwabben, links uit twee.
Longfunctie: testen waarbij door blazen in een toestel de longvolumes en de zuurstofopname capaciteit van de longen worden bepaald. Dit geeft een idee van de long reserve, wat van belang is bij behandelingen zoals chirurgie of radiotherapie.
Mediastinum: ruimte in de borstkas gelegen tussen de beide longen, waarin zich o.a. de centrale luchtpijp (trachea), de slokdarm, lymfeklieren, bloedvaten en zenuwen bevinden.
Mediastinoscopie: heelkundig onderzoek waarbij onder algemene verdoving een starre kijkbuis in het mediastinum wordt gebracht, waardoor de chirurg uitzaaiingen van de longtumor in de klieren aan de uitgang van de long kan opsporen en biopsies ervan kan nemen.
Mesothelioom: kwaadaardige aandoening van de longvliezen of pleurabladen.
Metastasen (uitzaaiingen): neerzetting van kwaadaardige cellen op een andere plaats dan deze waar de tumor ontstaan is.
Moleculair-biologische therapie: systemische of algemene behandeling waarbij de tumorcellen, door gebruik van medicaties die ingrijpen in één of meerdere schakels van de cel controlesystemen (groei, celdeling, beweging, bloedaanvoer of tendens naar uitzaaiing) vernietigd of in hun groei vertraagd worden.
Neutropenie: daling van één bepaalde soort witte bloedcellen, waardoor een verhoogde vatbaarheid voor infecties, vooral door bacteriën, ontstaat.
NMR-scan (nucleaire magnetische resonantie scan): maakt zoals de CT-scan beelden van een deel van het lichaam (bijv. de borstkas). Er wordt echter een magnetisch veld gebruikt i.p.v. röntgenstralen. Ook hier worden daarna met een computer fotografische doorsneden van dit lichaamsdeel in alle vlakken gemaakt. Deze opnames geven een gedetailleerd beeld van de tumor waarop de uitgebreidheid of de evolutie onder behandeling kan worden nagegaan. In bepaalde gevallen kan de NMR-scan een aanvulling zijn op de meer courante CT-scan.
NSCLC: niet kleincellige longkanker
Perfusiescintigrafie: nucleair-geneeskundig onderzoek waarbij de longbloedvaten worden in beeld gebracht na het inspuiten van een kleine hoeveelheid specifieke radioactieve stof of radio-isotoop in de bloedbaan. Dit onderzoek wordt o.a. gebruikt om longembool (bloedklonter in de longbloedvaten) op te sporen, of om na te gaan hoeveel de rechter respectievelijk linker long bijdraagt in de totale longwerking. Dit laatste kan van belang zijn in de functionele cardiopulmonale evaluatie.
PET-scan (positron emissie tomografie scan): nucleair-geneeskundig onderzoek waarbij een kleine hoeveelheid radioactieve stof (radio-isotoop), die zich in kwaadaardig weefsel kan fixeren, wordt ingespoten. Op die manier geeft de PET-scan een gedetailleerd beeld van zones van verhoogde celdeling in het lichaam (vooral tumoren, maar ook soms ontstekingen).
Pleura (borstvlies): vlies dat zowel de binnenzijde van de borstkaswand als de long zelf bekleedt (binnenste en buitenste longvlies of pleurablad).
Pleurapunctie: inbrengen van een naald in de pleuraholte (de ruimte tussen de twee pleurabladen) na plaatselijke verdoving van de huid. Op die manier kan vocht dat zich in pleuraholte bevindt worden bekomen voor laboratorium onderzoek.
Pleuroscopie (thoracoscopie): ingreep onder plaatselijke of algemene verdoving. Na het maken van een kleine opening in de borstkaswand tussen twee ribben wordt een starre kijkbuis in de pleuraholte gebracht, waarbij de arts kan onderzoeken of er uitzaaiing van de tumor op de longvliezen aanwezig is, en hiervan biopsies kan nemen.
Pneumectomie: operatie waarbij een ganse long wordt weggenomen.
Pneumo-oncologie (REO, respiratoire oncologie): specialisme dat zich toelegt op alle aspecten van de zorg voor patiënten met respiratoire tumoren (longtumoren, longvliestumoren).
Poortkatheter: bestaat uit 2 delen namelijk een toegangspoort en een katheter. Het geheel wordt onderhuids ingeplant. De toegangspoort bestaat uit titanium en is voorzien van een zelfsluitend siliconen membraam. Vanuit de poort vertrekt een soepele katheter waarvan het uiteinde in een bloedvat (ader) wordt gebracht. Door middel van een naald wordt de poort aangeprikt.
Punctiebiopsie: techniek waarbij na lokale verdoving van de huid een biopsienaald tot in een letsel wordt geschoven om een biopsie ervan te verkrijgen (bijv. in de long of de lever). Dit gebeurt veelal onder geleide van beeldvorming zoals doorlichting, CT-scan of echografie.
Radiotherapie (bestraling): lokale behandeling waarbij de tumorcellen door gebruik van hoogenergetische stralen vernietigd of in hun groei vertraagd worden.
REO (Respiratoire Oncologie): specialisme dat zich toelegt op alle aspecten van de zorg voor patiënten met respiratoire tumoren (longtumoren, longvliestumoren).
Rookstopkliniek: is een geïndividualiseerd rookstop programma, onder leiding van een pneumoloog en een psychologe, dat aangeboden wordt aan personen die wensen te stoppen met roken.
RX-thorax: röntgenfoto van de longen.