Onderzoeksbehandeling

Door onderzoeken van nieuwe behandelingen wordt voortdurend gezocht naar betere resultaten in de behandeling van longkanker. Daarvoor is een cascade van wetenschappelijk onderzoek nodig. Dit klinisch-wetenschappelijk onderzoek, in het Engels vaak 'Clinical Trial' genoemd, volgt nadat mogelijke nieuwe behandelingen eerst reeds een grondige evaluatie met laboproeven en dierproeven hebben ondergaan. Na deze preklinische fase, die vaak jaren duurt, blijkt een geneesmiddel kenmerken te vertonen die mogelijks een verbetering van de bestaande behandeling kunnen meebrengen.

Wanneer een patiënt voldoet aan alle gestelde criteria, kan de behandelende arts voorstellen deel te nemen aan een onderzoeksbehandeling. Voor longkankerpatiënten betekent de deelname aan een onderzoeksbehandeling vaak een extra behandelingsmogelijkheid. Dit voorstel wordt altijd grondig met de patiënt besproken door de arts en zijn team. De patiënt krijgt een uitgebreid gedrukt informatiedocument. Pas wanneer de patiënt uitdrukkelijke schriftelijke toestemming verleent, kan de onderzoeksbehandeling doorgaan. Deelname aan een wetenschappelijk onderzoek is dus altijd op vrijwillige basis.
Daarnaast is elke behandeling die aan longkankerpatiënten wordt aangeboden in het kader van wetenschappelijk onderzoek steeds besproken in de medisch-ethische commissie van het ziekenhuis. In deze onafhankelijke commissie, samengesteld uit artsen en andere hulpverleners, ethici en juristen, wordt geoordeeld of de onderzoeksbehandeling ethisch en wetenschappelijk verantwoord is, met andere woorden, of de belasting van het onderzoek opweegt tegen de te verwachten resultaten.

Het klinisch-wetenschappelijk onderzoek verloopt in verschillende fasen of stadia.

In fase 1 onderzoek gebeuren de eerste toepassingen van een nieuw geneesmiddel op patiënten, na de preklinische ontwikkelingsstudies (zie hierboven). Vooral de kwalitatieve en kwantitatieve nevenwerkingen van het nieuwe middel worden onderzocht, terwijl de dosis stapsgewijs wordt opgedreven. Dit onderzoek wordt voorgesteld aan patiënten met diverse tumortypes, waar er geen enkele klassieke behandelmethode meer mogelijk is, en waar het overwegen van een nog zeer nieuwe behandelstrategie de moeite waard is.

In fase 2 onderzoek dient een onderscheid gemaakt te worden tussen vroeg en laat fase 2 onderzoek. In het eerste wordt de antitumor activiteit van een nieuw middel bepaald bij een patiënt met een specifieke tumor, evenals gedetailleerde details van de nevenwerkingen. In later fase 2 onderzoek wordt verder onderzocht of de aangetoonde antitumor activiteit van een nieuwe behandeling voor longkanker in een specifiek tumortype voldoende is om direct vergelijkend onderzoek op te zetten om na te gaan of de nieuwe behandeling beter is dan de klassieke behandeling.

Deze directe vergelijking gebeurt pas in fase 3 onderzoek, gezien hiervoor grote aantallen
(meerdere honderden) patiënten moeten onderzocht worden. Dit onderzoek is vaak ook gerandomiseerd, d.w.z. dat de patiënt lotsgewijze wordt toegewezen aan ofwel de nieuwe behandeling ofwel de standaardbehandeling. Noch de patiënt, noch de arts, weten vooraf welke behandeling de patiënt zal toegewezen krijgen. De bedoeling hiervan is op een zo objectief mogelijke manier nagaan of de nieuwe behandeling inderdaad even goed of zelfs beter is dan de standaardbehandeling. Door vergelijking van de uiteindelijke resultaten zal na enkele jaren blijken welke behandeling de beste resultaten en/of de minste bijwerkingen geeft. Als dit eenmaal gekend is, wordt de meest geschikte behandeling voortaan de nieuwe 'standaard' voor de behandeling van longkanker.

 

Binnen de eenheid Respiratoire Oncologie is de Clinical Trial Unit ook geïntegreerd en dus ook de sturing van de LLCG. De Clinical Trial Unit, met voltijdse adviesfunctie door studieverpleegkundigen, richt zich op klinisch-wetenschappelijk onderzoek van screening, stadiëring, nieuwe chemotherapie en moleculair-biologische therapie, en dit in zeer geregeld contact met andere Europese en Noord-Amerikaanse centra.

Het neemt deel aan fase 1/2, fase 2 en fase 3 onderzoeken in eerste, tweede of derde lijnsbehandeling van niet-kleincellig longcarcinoom, kleincellig longcarcinoom en mesothelioom.

  • PET toepassing bij respiratoire tumoren
  • Gecombineerde behandeling in vroege stadia van niet-kleincellig longcarcinoom
  • Gecombineerde behandeling (chemotherapie en heelkunde) bij lokaal gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom
  • Gecombineerde behandeling (chemotherapie en radiotherapie) bij lokaal gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom
  • Nieuwe medicaties (chemotherapie/moleculair biologische therapie) voor de behandeling van gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom
  • Nieuwe medicaties voor de behandeling van kleincellig longcarcinoom
  • Nieuwe medicaties voor de behandeling van mesothelioom
  • Nieuwe medicaties in de ondersteunende zorg
     

[Voor informatie over lopende behandelingen: LLCG Trial Program]