Intake gesprek en follow-up

Psychologische benadering

Allereerst vindt een intake-gesprek plaats met de psycholoog. Tijdens dit gesprek wordt een aantal aspecten geëvalueerd.

Rookgedrag:

Het huidige rookgedrag van de patiënt wordt in kaart gebracht: aantal sigaretten, duur van het roken, het rookpatroon en de functies van het roken worden bevraagd. De graad van nicotine-afhankelijkheid wordt bepaald aan de hand van de Fagerström-score (Fagerström en Schneider, 1989)

Vroegere rookstoppogingen:

Het aantal rookstoppogingen dat in het verleden door de patiënt werd ondernomen wordt besproken. De methoden van rookstop die toen toegepast werden, de duur van de rookvrije periode en de oorzaken van herval, komen aan bod.

Motivatie:

De motivatie van de patiënt om te stoppen met roken wordt geëvalueerd. Dit wordt gedaan aan de hand van het bevragen van de attitudes van de patiënt ten aanzien van het roken. De ondervonden voor- en nadelen van het roken, evenals de voor- en nadelen van het stoppen met roken, worden besproken. De aangevoelde zelfeffectiviteit wordt in verband gebracht met de motivatie.

Sociale situatie:

Het rookgedrag wordt gekaderd binnen de sociale situatie van de patiënt. Professionele situatie en gezinssituatie worden besproken. Hierbij wordt vooral nagegaan of, en welke personen in de omgeving van de patiënt roken. Tevens wordt bekeken of we bepaalde stressoren in acht moeten nemen bij het bepalen van de rookstopmethode en tijdens de verdere opvolging.

Levensstijl:

Het rookgedrag wordt gekaderd binnen de algemene levensstijl van de patiënt. Gezondheidsgerelateerd gedrag, (genees)middelengebruik en gezondheidsproblemen worden besproken.

Planning en Rookstopmethode:

Aan de patiënt wordt informatie gegeven over de verschillende mogelijke rookstopmethoden, met name:

  1. rookstop zonder hulpmiddelen, doch met begeleiding
  2. rookstop met nicotinesubstitutie én met begeleiding
  3. rookstop met behulp van medicatie (Varenicline, Bupropion, ...) én met begeleiding
  4. een laatste mogelijkheid is dat men niet onmiddellijk overgaat tot een rookstoppoging, wegens onvoldoende motivatie.
  5. noot : elke optie kan op verschillende manieren gebeuren; combinaties van methoden binnen en tussen opties zijn mogelijk.

We besteden bij de planning zodoende aandacht aan de lichamelijke verslaving. Ook de gedragsmatige en psychologische verslaving worden bepaald en meegenomen (bv gedragsveranderingsoefeningen, motivatie, stressoren,...). Op deze manier komen we tot een individueel begeleidingsplan dat rekening houdt met de wensen en ervaringen van de patiënt. De nadruk ligt op het maximaal haalbaar en comfortabel maken van een rookstoppoging.

Bij het plannen van de rookstop wordt een voorbereidingsperiode van gedragsverandering voorzien (2 à 3 weken). In tweede instantie wordt een rookstopdag gepland en wordt het correcte gebruik van hulpmiddelen besproken.

 

FOLLOW-UP

Vervolggesprekken worden gepland in functie van de gedragsveranderingsoefeningen en de stopdatum. Er gebeurt ook actief hervalpreventie na een rookstop

Afhankelijk van het individueel plan van rookstop van elke patiënt, wordt tijdens deze begeleiding een aantal aspecten besproken:

Evaluatie van de rookstop:

Zijn er bijwerkingen van nicotinesubstitutie of hulpmedicatie?
Resultaten van de monitoring van het rookgedrag
Resultaten van de gedragsveranderingoefeningen
Positieve en negatieve gevolgen van de rookstop
Hulpmiddelen/alternatieve gedragingen

  • Multifunctionaliteit van het roken
  • Sociale omgeving
  • Andere